Aardwarmtewinning is een mijnbouwactiviteit die valt onder de Mijnbouwwet. De Mijnbouwwet is destijds geschreven voor de praktijk van de olie- en gaswinning. Met olie- en gaswinning is veel ervaring; er zijn weinig onzekerheden over de vindplaatsen en hoeveelheden olie en gas. Dat ligt anders bij aardwarmte.

Aardwarmtewinning is een betrekkelijk nieuwe technologie. Na het boren en testen van een aardwarmte-installatie kan blijken dat er niet voldoende winbare warmte is. Dat betekent dat een operator op een andere plek opnieuw moet boren. Ook kan pas maanden na de start van de winning duidelijk worden hoeveel aardwarmte echt beschikbaar is. Het is daardoor lastig voor de operator om de juiste volumes aan te geven bij een vergunningaanvraag. Om aardwarmte-projecten meer kans van slagen te bieden, heeft de Rijksoverheid besloten om het vergunningenstelsel van de Mijnbouwwet te herzien.

Zie ook de kamerbrief van minister Wiebes.

Met ingang van 2021 treedt naar verwachting een vernieuwde Mijnbouwwet in werking. Onderdeel hiervan is een vernieuwd vergunningenstelsel, waarin meer oog is voor de onzekere startfase van aardwarmte-ontwikkeling. Zo krijgt de operator 2 jaar de tijd om proef te draaien en daarmee te onderzoeken of er voldoende (winbare) warmte is in de ondergrond; deze mogelijkheid is verankerd in een startvergunning.

Daarnaast legt de nieuwe Mijnbouwwet een nadrukkelijkere link naar de regio waarin de winning plaatsvindt. Gemeenten en provincie krijgen meer invloed op diverse aspecten van een aardwarmteproject, waaronder de veiligheids- en  milieumaatregelen en informatievoorziening aan het algemene publiek.

Vergunningenstelsel in herziene Mijnbouwwet

In de herziene Mijnbouwwet zijn de opsporingsvergunning en winningsvergunning vervangen door een gebiedstoewijzing, een startvergunning en vervolgvergunning.

De gebiedstoewijzing geeft de vergunninghouder het alleenrecht om in een gebied de aanwezigheid van aardwarmte te onderzoeken.

De startvergunning geeft toestemming voor nader onderzoek, het boren, de aanleg van een installatie en het testen ervan. Maar de startvergunning geeft ook de mogelijkheid om alvast 2 jaar aardwarmte te winnen.

Als een operator een vervolgvergunning aanvraagt, is er veel zekerheid over de winning (bijvoorbeeld de werkmethode en hoeveelheden winbare aardwarmte). Dit geeft meer kans op een veilige en economisch verantwoorde exploitatie op de langere termijn.

De Rijksoverheid benadrukt in de toelichting op het wetsvoorstel de inbreng van provincies en gemeenten op aardwarmteplannen. De gemeente kan met ingang van 2021 rechtstreeks adviseren aan de Rijksoverheid over een vergunning voor het aardwarmteproject. Bijvoorbeeld over de veiligheids- en milieumaatregelen en informatievoorziening aan het algemene publiek.

De achterliggende gedachte is dat het belangrijk is om stakeholders (omwonenden, bedrijven) beter te informeren en het draagvlak voor aardwarmteprojecten te versterken.

 

Drie stappen:

1. Toewijzing zoekgebied/ gebiedstoewijzing

Met een gebiedstoewijzing kijkt de wetgever of het zoekgebied vrij is en past bij de omvang van de verwachte warmtevraag. Daarmee wordt duidelijk of het plan van de aanvrager haalbaar is. De gebiedstoewijzing is een eerste beoordeling van de aanvrager en geeft deze economisch alleenrecht om te onderzoeken.

Andere kenmerken van de gebiedstoewijzing:

  • looptijd toewijzing bedraagt 2 jaar (+1 jaar verlenging)
  • EZK vraagt advies van provincie, gemeente en waterschap, TNO (geologisch) en RVO (financieel)
  • publicatie in de Staatscourant
  • behandeling duurt 16-30 weken (+4 weken verlenging)

2. Startvergunning

De startvergunning is één gecombineerde vergunning om op te sporen, te boren, te testen én te winnen voor een proefperiode van 2 jaar. De wetgever toetst de aanvraag voor een startvergunning op de volgende aspecten:

  • veiligheid van de winning en maatregelen ter voorkoming van schade (effecten winning)
  • gebiedsgrootte: past de grootte bij de hoeveelheid warmte die wordt gewonnen?
  • eventuele nadelige gevolgen voor het ondergrondse milieu
  • financiële mogelijkheden van de aanvrager (operator)
  • financiële mogelijkheden en technische capaciteiten van de operator

Andere kenmerken van de startvergunning:

  • looptijd is 2 jaar (+1 jaar verlenging)
  • Het ministerie van EZK vraagt advies van SodM, provincie, gemeente waterschap, Mijnraad, Technische commissie bodembeweging (als er aanleiding voor is, bijvoorbeeld bij ondergrondse breuklijnen of een waterwingebied in de buurt), TNO (geologisch) en RVO (financieel).
  • publicatie in Staatscourant
  • behandeling duurt tot 30 weken (+8 weken verlenging)

3. Vervolgvergunning

De operator heeft een vervolgvergunning nodig om op de langere termijn het alleenrecht te hebben op aardwarmtewinning in het gebied. De procedure is minder uitgebreid dan bij de startvergunning. Bij de vergunningverlening wordt het exacte winningsgebied en het volume van de warmtewinning bepaald. De operator vraagt 1 tot 2 jaar na start van de winning een vervolgvergunning aan. De wetgever toetst de aanvraag op diverse aspecten.

Toetsing op onder andere:

  • veiligheid van de winning en het voorkomen van schade
  • de gebiedsgrootte: past dit bij de hoeveelheid warmte die wordt gewonnen?
  • eventuele nadelige gevolgen voor het milieu (ondergronds)
  • de financiële mogelijkheden van de aanvrager (operator)

Andere kenmerken van de vervolgvergunning:

  • looptijd bedraagt meer dan 30 jaar
  • advies van SodM (als er nadelige effecten zijn ten opzichte van situatie bij de startvergunning), provincie, gemeente, waterschap, Mijnraad, Technische commissie bodembeweging (als er aanleiding voor is), TNO (geologisch) en RVO (financieel)
  • behandeling duurt tot 12 weken (+6 weken verlenging)