Aardwarmteprojecten in NL

Aardwarmte in Utrecht, kan dat?

Is aardwarmte in Utrecht kansrijk? In ieder geval wel als je kijkt naar de bovengrondse infrastructuur. In de stad en de omgeving ligt een wijdvertakt warmtenetwerk van Eneco dat nu nog deels met fossiele bronnen wordt gevoed. Als het mogelijk zou zijn om dit net van geothermie te voorzien, zou dat een geweldige opsteker zijn voor deze warmtebron, die door velen een grote toekomst wordt toegedicht.

In juli 2020 presenteerde Warmtebron Utrecht een haalbaarheidsstudie naar mogelijke Utrechtse aardwarmtelocaties, in het kader van onderzoeksproject Lean. Lean is een initiatief van ENGIE, Eneco, Universiteit Utrecht, TNO, Energie Beheer Nederland, Huisman (een boorbedrijf), IF Technology en Well Engineering Partners. Op basis van alle beschikbare technische informatie kwamen daaruit tien kansrijke locaties naar voren. Het was het resultaat van een zoektocht waarvoor in 2019 een zogenoemde opsporingsvergunning werd verkregen. In een afgebakend gebied zocht advies- en ingenieursbureau Royal Haskoning DHV op twintig potentiële locaties in Utrecht-Zuid en Nieuwegein naar een geschikte aardwarmtebron, in vervolg op geologisch vooronderzoek.

Van de twintig locaties vielen er eerst tien af, daarvan weer vijf, en op dit moment zijn er nog drie kanshebbers over, zegt Joris Peijster, projectmanager namens Lean. ‘Elke locatie blijkt een eigen uitdaging met zich mee te brengen. Voor de drie overgebleven locaties laten we nu nog vervolgonderzoek doen. Daarna komen we eind dit jaar met een voorstel voor een definitieve locatie.’
Eind dit jaar wordt een beslissing genomen over een uiteindelijke locatie. Een eerste boring zal moeten uitwijzen of er echt aardwarmte uit de Utrechtse ondergrond te halen valt. Die eerste boring kan – als alles meezit en de vereiste vergunningen worden verleend – eind 2021 (op zijn vroegst ) of in 2022 plaatsvinden.

Vragen
Aardwarmte heeft volgens velen de toekomst, maar op dit moment overheersen vaak nog de vragen, zegt Peijster. ‘Begin 2020 hebben we twee kennismakingsbijeenkomsten in Nieuwegein gehouden. Daar werd ons duidelijk dat er veel zorgen zijn. Mede om de reden hebben we op verzoek van de betrokken gemeenten onze zoektocht naar locaties zo transparant mogelijk op papier gezet.’

De zorgen van omwonenden zijn genoegzaam bekend. Ze betreffen onder andere de impact van de boorinstallaties op de omgeving, zorgen over aardbevingen en lekkages, de risico’s van verontreiniging van het grondwater en de uiteindelijke kosten van de geleverde warmte: wordt het niet allemaal te duur. ‘Het heeft er deels mee te maken dat geothermie compleet nieuw is voor deze regio,’ zegt Peijster. ‘Boren naar warmte in diepe aardlagen is hier, anders dan op andere plaatsen in Nederland, nog nooit eerder gedaan.  Er zijn in de provincie wel eens eerder andere boringen gedaan, zoals bij Jutphaas eind jaren zestig, begin jaren zeventig.’

In de communicatie beklemtoont Peijster dat veiligheid een absolute randvoorwaarde is. De boor gaat pas de grond in als het veilig is. Dat wordt ook getoetst door autoriteiten zoals SodM, het Ministerie van EZK, ICO Aardwarmte, de provincie en de gemeente. ‘De vergelijking met de aardbevingen in Groningen wordt vaak getrokken, maar gaat niet op. Toch keert dat steeds weer terug in publieksbijeenkomsten.’ Hij signaleert verder iets wat veel betrokkenen bij aardwarmteprojecten zullen herkennen: de participatieparadox. ‘Hoe eerder je naar buiten komt met informatie, hoe minder antwoorden je hebt op moeilijke vragen. Veel is nu eenmaal op dit moment – de onderzoeksfase – nog niet bekend. Bovendien is de ondergrond een complex onderwerp. Voor je het weet, zit je toch weer in het jargon. Daarom denkt Warmtebron Utrecht heel bewust na over hoe we iets delen. Zo proberen we bijvoorbeeld altijd om de informatie via www.warmtebron.nu zo begrijpelijk mogelijk te maken.’

(bron: warmtenetwerk.nl)