In Nederland wordt sinds 2000 aardwarmte gebruikt. Op dit moment zijn er 24 aardwarmte-installaties. Op 20 locaties zijn projecten in voorbereiding en er zijn plannen voor 15 locaties. Is er in je buurt een plan voor een warmtenet met aardwarmte? Op deze pagina worden de belangrijkste vragen beantwoord.

Voorwaarden van aardwarmtewinning

Op dit moment wordt aardwarmte grotendeels toegepast voor de verwarming van kassen in de glastuinbouw (bekijk alle locaties). De belangstelling voor aardwarmte als duurzame energiebron voor de verwarming van woningen en industrie stijgt de laatste jaren. Om de ontwikkeling van aardwarmte te versnellen moeten meer warmtenetten komen en is het nodig dat het beleid en stimuleringsregelingen beter aansluiten.

Een aardwarmte-installatie is alleen mogelijk als de ondergrond er geschikt voor is. Ook moet aardwarmte passen in de plannen voor de warmtevoorziening in een wijk of gemeente. Tot slot moet er een deskundige partij zijn die bereid is om het initiatief te nemen en financieel te investeren.

Van idee tot plan en uiteindelijk de start van de aardwarmtewinning bestaat uit meerdere fases. De aardwarmte-ontwikkelaar moet diverse plannen maken en vergunningen aanvragen. Vanaf de eerste onderzoeken gaan meestal enkele jaren voorbij voordat er mogelijk een boor de grond in gaat. Dit heeft te maken met de omvangrijke voorbereiding van het project en de wettelijke procedures. Lees meer in Van concept tot uitvoering.

Projectfases

Illustratie: projectfases

De gemeenten moeten de komende jaren plannen maken voor een warmtevoorziening zonder aardgas. Een centrale vraag is: kiezen gemeenten voor een collectief warmtenet met duurzame warmtebronnen of gaan gebouwen individueel energie opwekken? Vaak is het een aardwarmte-ontwikkelaar die in een bepaald gebied de kansen van aardwarmte wil onderzoeken. Maar ook een energiebedrijf of een gemeente kan een initiatief starten, vanuit de wens energiebronnen te verduurzamen. Hetzelfde geldt voor energiecoöperaties, ondernemers of bewonersgroepen.

Geschikte ondergrond

SCAN onderzoekt waar de Nederlandse ondergrond, in de delen waarover wij nog weinig informatie hebben, geschikt zou kunnen zijn voor de winning van aardwarmte.
Zie updates seismisch onderzoek

Inspraak van omwonenden

Omwonenden hebben op verschillende momenten de mogelijkheid om hun mening over het aardwarmte-initiatief kenbaar te maken. Een overzicht van momenten voor inspraak, zienswijzen en bezwaren indienen, is op deze pagina te vinden.

Aansluiten op warmtenet

Om gebruik te maken van aardwarmte is er naast een aardwarmte-installatie ook een warmtenet nodig, een leidingnet dat de warmte naar de gebruikers vervoert. De aanleg van een warmtenet is kostbaar en veelal ingrijpend, omdat de straten open moeten. De gemeente combineert de aanleg waar mogelijk met andere werkzaamheden zoals rioolvernieuwing of herinrichting van de openbare ruimte.

Een aansluiting op het warmtenet is meestal verplicht. De aanbieder, het energiebedrijf, bepaalt de kosten van de warmte. De overheid heeft de prijzen gereguleerd in de Warmtewet.

Na de aansluiting op het warmtenet verdwijnt de cv-ketel uit het gebouw of de woning. Aan radiatoren, vloerverwarming of temperatuurregeling verandert niets. Soms is het mogelijk om de temperatuur te regelen via een mobiele app. Of extra isoleren nodig is, hangt af van het type gebouw en de staat van onderhoud. Isolatie kan bij alle soorten verwarming wel bijdragen aan verlaging van de energierekening.

De kosten van verwarming met aardwarmte zijn voor de gebruiker gelijk of lager dan van verwarming met aardgas. Ze worden in elk geval niet hoger: de Warmtewet bepaalt dat aardwarmte niet duurder mag zijn dan verwarming met aardgas. Met vragen over veranderingen in de energierekening na overstap op aardwarmte kun je terecht bij de gemeente of bij de eigenaar van het warmtenet, meestal het energiebedrijf.
Je kunt er vanuit gaan dat je geïnformeerd wordt, maar het is altijd mogelijk om informatie te vragen bij het energiebedrijf.

Lees meer over plannen voor warmtenetten in Nederland.

Afbeelding: Aanleg van het buizenstelsel van het warmtenet

 

Betrekken van de omgeving

De gemeente heeft een belangrijke rol in het informeren en betrekken van omwonenden. Aardwarmte-operators hebben zich via de gedragscode omgevingsbetrokkenheid verplicht om omwonenden zo vroeg mogelijk te betrekken bij het aardwarmte-initiatief of -project. Actuele informatie via internet en op papier, bijeenkomsten en telefonisch contact maken onderdeel uit van de communicatie.

Veilig en verantwoord

Aardwarmtewinning is gebonden aan strikte wet- en regelgeving. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) zorgt voor toezicht en handhaving. Daarnaast zet de branchevereniging van aardwarmte-ontwikkelaars (of operators) zich ervoor in om de technologie en manier van werken steeds verder te optimaliseren.  Lees meer over veiligheid en risicobeperking.

Overlast

Tijdens de voorbereiding, aanleg en winning kan er enige overlast of hinder zijn voor omwonenden.

Tijdens seismisch onderzoek

Door onderzoek met geluidsgolven worden aardlagen onder de grond in beeld gebracht. Bij dit onderzoek worden geluidsgolven gebruikt die als trillingen voelbaar zijn in de omgeving. De kans dat de trillingen voor schade of overlast zorgen, tijdens of na het onderzoek, is minimaal: de trillingen zijn te ondiep en te licht om aardbevingen te veroorzaken. Voordat het seismisch onderzoek start, krijgen omwonenden hierover informatie.

Tijdens de voorbereiding

De voorbereiding van het werkterrein en de aanleg van installaties kunnen hinder geven voor omwonenden. Hinder kan ontstaan door aan- en afrijdend werkverkeer en het slaan van heipalen. Deze werkzaamheden duren enkele weken en vinden overdag plaats.

Tijdens het boren

Het boren van de putten duurt 3-6 maanden en vindt 24 uur per dag plaats. Hinder kan ontstaan door:

  • Geluid van boorstangen die tegen elkaar aan stoten
  • Lichtoverlast tijdens het boren in nachtelijke uren
  • Extra verkeersbelasting en stofhinder door vrachtauto’s

De operator probeert in de bouwperiode de overlast tot een minimum te beperken. Door dag en nacht het geluidsniveau te monitoren, kunnen snel extra maatregelen worden getroffen.

Tijdens de aardwarmtewinning

De aardwarmtewinning zelf geeft geen hinder voor omwonenden. De pompen van de winningsinstallatie produceren enig geluid, maar dat is niet hoorbaar buiten het winningsterrein. Het kan voorkomen dat omwonenden het installatiegebouw als visueel hinderlijk ervaren. Beplanting kan het gebouw aan het zicht onttrekken.

Verder moet er rekening gehouden worden met:

  • Beperkt vrachtverkeer (circa 1 keer per twee weken)
  • Testen van het alarm
  • Eventueel: geluid van de fakkel. Op winningslocaties waar wat gas in de ondergrond zit, is er voor de veiligheid een fakkelinstallatie om eventueel overtollig gas te verbranden; het zogenaamde affakkelen. Eens per twee weken wordt de fakkel getest. Het geluid kan als hinderlijk worden ervaren.

Risico’s voor mens en milieu

Veilig en verantwoord winnen van aardwarmte is van groot belang. Om die reden worden risico’s vooraf grondig onderzocht. De operator is verplicht om voor en tijdens het winnen veiligheidsmaatregelen te treffen en -procedures na te leven. Ook moet de operator hierover communiceren met belanghebbende partijen. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt toezicht op de aardwarmtewinning en draagt zo samen met de sector zorg voor een veilige en verantwoorde aardwarmtewinning en bescherming van het milieu (lees meer bij thema wetgeving & risico en veiligheid).

Mogelijke risico’s voor het milieu

  • Trillingen: Bij het seismisch onderzoek worden trillingen opgewekt die licht voelbaar kunnen zijn. Volgens de huidige inzichten is het effect van de trillingen door seismisch onderzoek verwaarloosbaar.
  • Aardbevingen: Het risico op aardbevingen als gevolg van aardwarmtewinning is minimaal. Zo wordt, in tegenstelling tot de gasvelden in Nederland, geen volume onttrokken aan de ondergrond. Het warme water dat met aardwarmte omhoog wordt gepompt gaat direct weer de ondergrond in. Het volumeverschil in het ondergrondse reservoir is op deze manier minimaal. Wel ontstaan kleine drukverschillen in de ondergrond, die effect kunnen hebben op aardlagen. In de ondergrond komen van nature breuklijnen voor. Aardwarmte-operators mogen niet vlakbij een ondergrondse breuklijn water oppompen of terugvoeren. Sommige gebieden zijn uit voorzorg uitgesloten voor aardwarmtewinning. Dat zijn bijvoorbeeld gebieden waar zich aardbevingen hebben voorgedaan.
  • Bodemverzakking: Bij aardwarmtewinning wordt water opgepompt en weer teruggevoerd naar dezelfde ondergrondse aardlaag, iets verderop. Er gaat dus nauwelijks iets bij of af in de ondergrond. Mede hierdoor is de kans op verzakkingen in de bodem vrijwel uitgesloten.
  • Afkoeling van de ondergrond: Na verloop van jaren kan de temperatuur in het ondergrondse reservoir enkele graden afkoelen, maar hoogstwaarschijnlijk heeft dit geen gevolgen voor het ondergrondse milieu. De winning kan worden afgebouwd of stopgezet. Daarna wordt de locatie ontmanteld en in de originele staat teruggebracht. De oorspronkelijke temperatuur zal zich na verloop van tijd op natuurlijke wijze weer herstellen.
  • Lekkages: Met het transport van water vanuit de ondergrond komen natuurlijk ook aanwezige chemische stoffen mee van andere aardlagen waar het water langs komt. Daarom is het winnen van aardwarmte in grondwaterwingebieden niet toegestaan. En is het van belang dat de putten zo robuust (sterk en veilig) mogelijk zijn. Het ontwerp van de putten is de laatste jaren sterk verbeterd, omdat de sector continu werkt aan verbetering van het putontwerp. De nieuwe putten hebben onder andere dubbelwandige buizen met een epoxy-beschermlaag en een monitoringsysteem.
  • Radioactief zand: Met het water wordt ook enig zand mee naar boven gevoerd. Dit zand is van nature zeer licht radioactief. Het zand wordt afgevangen met filters en door een gespecialiseerd bedrijf verwerkt.
  • Gassen: Met het water uit de ondergrond kan ook een kleine hoeveelheid gassen mee naar boven komen. Op locaties waar dit het geval is, wordt het gas opgevangen, gebruikt of afgefakkeld.